Waarachtigheid

Een groot deel van de mensheid lijkt inmiddels bevangen door nep en leugenachtigheid. Het is wellicht juist daardoor dat ik de waarde ‘waarachtigheid’ steeds meer centraal ben gaan stellen in mijn leven. Of eigenlijk wéér centraal aan het stellen ben. Ik groeide op in een gezin waarin belangrijke dingen werden verzwegen. Er werd niet echt gepraat behalve dan in lasterpraat of in verbloemde verwijten. Op catechisatie luisterde ik aandachtig naar bijbelverhalen waarin ‘goed’ en ‘kwaad’ werden benoemd en uitgelegd. Later, op de middelbare school, verlegde ik m’n onderzoek naar waarachtigheid naar de wetenschap, met name de wiskunde waarin niet gelogen kon worden. Daarna volgde een periode met ‘wereldlijke beschäftigungen’ zoals loopbaan, relaties, ziekte…  Het afgelopen jaar – ik ben nu de zeventig gepasseerd – heb ik een chalet betrokken op de Veluwe en maak vrijwel dagelijks wandelingen in de bossen. Het is niet dat ik me volledig van de mensheid afkeer (als je even tot rust wilt komen, ben je welkom) maar ik oriënteer me op een andere werkelijkheid, die waarachtig en duurzaam is: de natuur. Ik voel me verbonden met de bomen en de planten en leef met ze mee als het opnieuw langdurig droog is en de hittestress af te lezen is aan de vroegtijdig vallende bladeren en de bruine kruinen. Ik sta stil bij de stervende berk en leg m’n hand op z’n schors. Ik weet me geïnspireerd door de verstilde wijsheid van die grote beuk halverwege m’n wandeling, een wijsheid die er al was toen er nog geen mensachtigen waren en er nog zal zijn wanneer zij weer zijn verdwenen. Ik geniet van de schoonheid van het edelhert als ik ze in mijn kijker zie of hoor burlen in de verte. En van de soepele, zelfverzekerde gang van de wolf die op tien meter afstand m’n pad kruiste. En de wilde zwijnen, de insecten, de bloemen, de paddestoelen en de vogels… Elke keer kijk ik m’n ogen uit. Ook naar de sporen. Ik heb geleerd niet ‘op zoek’ te gaan maar te genieten van wat zich voor doet. Te zijn met wat er is, verbonden in waarachtigheid.

Als ik dood ben word ik begraven aan de voet van een beuk. Ik treed dan toe tot het netwerk van de rodekool-zwam dat eerst – het spijt me – door het graafwerk wordt verstoord maar snel weer zal herstellen. Daar word ik dan opnieuw geboren, in vrede.

niet op alles wat het leven vroeg

heb ik tijdig antwoord kunnen geven

soms was ik wat te vroeg

vaak ben ik stil gebleven

Verstilling

zen is goed kijken

en dan stil zijn als een boom

wat gebeurt,  gebeurt

Aan de hand van twee bijna-haiku’s wil ik proberen iets over ‘verstilling’ te zeggen. Verstilling is, geloof ik, een ‘zijns-toestand’. Een toestand waarin er niets meer is dan zijn zelf. Bomen lijken die toestand van nature aan te nemen. Wellicht kun je daarom wandelend in een bos zo gemakkelijk verstild raken, ik wel tenminste. Stenen kunnen er ook wat van, net als sterren.

Wij mensen kennen verstilling vooral als een ‘bewustzijnstoestand’. Deze kun je bereiken door te mediteren maar je hoeft er niet perse voor op een kussentje te gaan zitten, is mijn ervaring. Bij verstilling ervaren we de essentie van ‘zijn’. Er zijn nog wel gedachten en gevoelens maar die bepalen bij verstilling niet meer wie jij bent. Niets bepaalt meer wie jij bent, je kunt in vrijheid ‘zijn’. Juist dan kun je, paradoxaal genoeg, voelen dat je níet bent, althans niet een op zichzelf staande verschijning bent. Je maakt onderdeel uit van al dat is. In het bos voel je je verbonden met de bomen en planten, de vogels, met de grond die je draagt, met de wolken boven je. In de verstilling leg je je individualiteit af en dat voelt niet als verlies maar als verrijking. Al die verhalen waar je uit bestaat, ze doen er niet toe. Je bent vrij. Daarom glimlachen mediterende mensen soms. En ik ook in het bos.

In je verbondenheid met al het andere zie je ook het lijden. Dat lijden dat je ook zelf goed kent is wijd verspreid. Dat zie je helder in je verstilling. Verspreid in de natuur en onder de mensen. Soms kun je lijden verlichten. Je redt een naaktslak van het fietspad. Je doet boodschappen voor een buurman. Je maakt geld over naar een goed doel. In verstilling weet je je een met de ander, je hart staat open. Soms wordt je overmand door verdriet, soms door vreugde. Het komt allemaal langs en het is goed. Wat gebeurt, gebeurt.

Verstilling is iets anders dan stilte. Stilte gaat over geluid, of meer het ontbreken ervan. Maar verstillen kun je midden in een mensenmassa of naast een klaterende waterval. Vrijheid laat zich uiteindelijk door niets weerhouden.

verstilling is soms

met een stok op een pan slaan,

tranen in ogen

natuurgraf

onder deze beukenboom

door rododendron omsloten

droom ik later mijn laatste droom

aan het stervensbed ontsproten

 

dit is straks mijn knekelkuil

waar mijn lichaam zal verteren

waar ik leven voor rust verruil

en tot koolstof mag wederkeren

 

met de rodekoolzwam samen

zal ik netwerken en groeien

en elke augustus een stout plan beramen

om dan even  bovengronds te bloeien

 

de wortels van beuk en den

zal ik met mijn resten voeden

en zo zichtbaar worden wie ik ben,

met twee bomen die over me hoeden

 

poot, in plaats van al te lang te treuren,

op het verse graf een wulpse bloem

gun mij haar geuren en haar kleuren

en van de honingbij het zwoel gezoem

 

en als je erbij komt liggen, weet dan dat

we één worden als nooit tevoren

de mensenwereld was me vaak te hard

hier word ik in vrede opnieuw geboren

vaker huilen

moet ik vaker huilen

omdat ik ouder word

en geremdheid verweekt?

of huil ik vaker

omdat de wereld verandert,

de horizon verbleekt?

ons lot

(ergens in Spanje)

we staan hier naast een dode vulkaan
althans, dat mag een mens maar hopen
of laat moeder aarde ons slechts in de waan
en is ons lot minder voorspelbaar, dus open?

het zou me niets verbazen
dat ze, als ze ons mensen bezig ziet,
wel wat lava uit zou willen blazen,
wat moet ze anders met haar verdriet?

maar nee, daarvoor is ze wellicht te barmhartig
we mogen van haar zelf ons lot bepalen
moeder aarde is groots en machtig
kent geen boosheid, hoeft vast geen gram te halen

Gabo de Gata

de kust van Gabo de Gata oogt grillig
het binnenland ruig en verweerd
de hond is in deze warmte erg gewillig
de ruwe zee wordt straf gekeerd

we praten weinig en gedempt
de beelden spreken voor zichzelf
hier heersen krachten ongeremd
onder een haast wolkenloos gewelf

de doden

dicht bij het dorp wonen de doden,
niet als bij ons, onder de zoden,
maar gestapeld boven de grond,
ieder in een lade met een kleurig front

het dorp is stil, de luiken dicht
maar hier op ‘t kerkhof schijnt het licht
op de talrijke op foto vastgelegde ogen
die elkaar voor eeuwig begluren mogen

hier en nu

louie doet het me voor
hoe in het hier en nu te leven
hij drentelt kwiek en bedreven
tussen de scherpe rotsen door

het wordt lastig om niet alles wat je ziet
in een groter perspectief te plaatsen
om het hier-en-nu het hier-en-nu te laten
dreiging ligt in het verschiet6

de mensheid lijkt verdwaald te zijn
op huizen vallen bommen en granaten
in Malaga stroomt hagel door de straten
hoe houd ik zo’n gedicht nog klein…

maar Louie doet het me voor
hoe in het hier en nu te leven
hij drentelt kwiek en bedreven
tussen de scherpe rotsen door