één aarde

flamingo’s in het zoutmeer
staan te trappelen
niet uit ongeduld
want waar zouden ze ongeduldig
om kunnen zijn
maar om bodemdiertjes
op te schrikken
en ze vervolgens met hun
omgekeerde bovensnavel
te vangen

er is maar één vogel op aarde
die z’n voedsel met
de bovensnavel vangt

en er is zover we weten
maar één aarde
waar je zulke dingen
kunt zien

Calp

tussen de kapitale torens verzonken
ligt de oude binnenstad te pronken
waar ooit zeemannen hun reis afdronken
waar de straten naar visafval stonken
de hoeren met hun borsten lonkten
en waar bij onraad de kanonnen klonken

het zwak kloppend hart
van een verweesde stad

niets

cipressen, platanen, olijfbomen,
een lentezon, zacht en gul ineen,
de vrije wielen waar we nu op wonen
en op het strand zijn wij alleen

maar niets zou dit alles zijn
als onze liefde er niet was
die voelt soms groot, soms klein
soms heel gewoon, soms groen als gras

cipressen, platanen, olijfbomen,
een wonderschone achtergrond
voor uitgekomen dromen,
voor alles waar het leven ooit voor stond

ik dacht

ik dacht
de wereld is te hard geworden voor poëzie
maar vanochtend bij het ochtendgloren
was het de innerlijke Boeddha die ik hoorde
hij sprak:
vrees niet en blijf goed zien
dan komen als vanzelf de woorden

mensen kunnen elkaar
maar nooit waarachtigheid vermoorden

terug

thuis herpakt het ritme zich
vertrouwd, doorleefd, bekend
de reis kwam tot een end
de kaarten kunnen dicht

genieten van de eigen badkamer
‘s avonds nieuws op een groot beeld
de kleren weer in kasten ingedeeld
terug in de kist de baco en de hamer

toch leeft de reis nog voort
in beelden in m’n hoofd
in zoete poëzie verwoord

ik dank mijn lieve geest
zijn scheppingsdrang zij geloofd
zonder hem was ik er niet geweest

boomgrens

al weken passeren we die grens
soms van boven, soms van onderen
hij blijft me steeds verwonderen,
kan niet kiezen waar ik me ‘t liefste wens

geen enkele boom neemt deze horde
de natuur is onverbiddelijk
verdwaald zaad sterft onmiddellijk
hier handhaaft kou gestreng de orde

op deze grens staan geen wachten,
er zijn geen rollen prikkeldraad
noch zielen die naar vrijheid smachten

waar de natuur haar grenzen trekt
is geen controle, angst of haat;
er is de stilte die slechts compassie wekt

keerkring

vrij en uitgelaten stort
de stroom de diepte in,
zoekt zichzelf een nieuw begin
in woeste kolken, wit-besnord

elders dampt dit water weer omhoog
onder klimatologische bezwering,
ik sta hier ergens op die keerkring
tezamen met een trotse regenboog

de waterval verhaalt van overgave,
van de kunst om los te laten
je aan het onbekende te laven

de natuur spiegelt ons steeds weer
dat al die dingen waar wij over praten
net als wij verdwijnen, keer op keer

verwerken

beelden strelen mijn ogen
masseren m’n gemoed
verglijden in mijn bloed,
ze kunnen tranen drogen

steeds word ik overmand
als we een pas berijden
of uit een tunnel glijden,
verrukking overstijgt verstand

hoeveel schoonheid kan ik verdragen
onder dit verbluffend zwerk,
vaak schuilen antwoorden in vragen

het enige waar ik op moet letten
is dat ik m’n gevoel verwerk
in mijn gekoesterde sonnetten

kleuren

op het schilderij Noorwegen
is elke kleur en mix gestreken
van de groene mocht er niet een ontbreken
op mossen en bomen kwam ik ze alle tegen

in wit en blauw vervloeien lucht en ijs
van gletscher en besneeuwde wand,
naar kale rotsen zakt de schildershand
met alle tinten tussen zwart en grijs

de herfstmode komt al in beeld
variaties pronken in geel en rood
‘t is nog vroeg, de catwalk wordt gedeeld

het was zacht bruin dat ik dichtbij vond
soms zelfs bij mij op schoot:
in de ogen van m’n lief en in die van de hond

kerkhoven

de Noorse kerkhoven zijn klein,
sober en laag de stenen
alsof de doden na het wenen
er nog amper mogen zijn

die soberheid biedt toch ook rust
er is weinig om te vragen
het oude leed goed te verdragen
al het gedoe lijkt hier geblust

ik hou van deze hoven van de dood
ze herinneren me aan de liefde en ‘t leven,
maar ook aan toen ik tekort schoot

en aan de ruimte om nog te leren
zoals de kunst om vrij te zweven
maar ook om tijdig te excuseren