Langs Zutphen stroomt de IJssel, een rivier die tonnen water per minuut langs voert. Op een trappetje onder aan de kade kijk ik in de rivier en zie mijn spiegelbeeld. De rivier bestaat slechts in het moment. Net als ik. De rivier vernieuwt zichzelf voortdurend. Ontvangt nieuw water en laat het weer los. Leeft door steeds te sterven. In mij sterven elke dag een kilo aan lichaamscellen. En hoeveel gedachten en gevoelens komen niet voorbij en verdwijnen weer? Ik leef ook door steeds te sterven. Ik ben even fluïde als de rivier. De rivier beweegt zich binnen de bedding maar breekt er soms uit los. Niet als keuze maar omdat hij niet anders kan. De rivier weet niet, doet slechts wat hij kan: stromen, zijn. Is het voor mij anders? Er komen illusies langs die me dat wel willen doen geloven. Maar de werkelijkheid is dat de rivier en ik één zijn, net als jij en ik. Ik weet niet en doe wat ik kan: leven, zijn. De rivier verbindt zich met de dieren die in hem leven, met de wortels van de planten en bomen op de oevers, met de homo sapiens die in hem zwemt, op hem vaart, uit hem drinkt. Ik verbind me spiegelend met de rivier en – middels deze woorden – met jou. We zijn één, …. de rivier, jij en ik en al dat is.
En eens zullen we ophouden te bestaan. En eens zal de rivier droogvallen. Eens zal de zon sterven en even daarop zo groot worden dat ie de aarde opslokt. Eens zal alle materie op gaan in golfjes en zal het heelal een lege, koude ruimte zijn. Alles is vergankelijk, ook de vergankelijkheid zelf. Die wetenschap maakt het hier en nu zo bijzonder en de moeite waard om aandachtig te leven en om in het water te kijken.