mijn geest is soms een vurig paard
dat bokt naar alle kanten;
los van het leed in ‘s werelds kranten
rent het een eigen onbezonnen vaart
niet alle gekte hoeft te worden ingedamd
zo lijd ik momenteel aan sonnetesie
dat is een hypomane vorm van poëzie;
liever op hol, dan door de leidsels overmand
‘s nachts sta ik beschouwelijk in de wei
en vind voor bijna alles woorden
maar weet: die woorden zijn niet echt van mij
het is de taal van liefde die me drijft
ik ben slechts oren die de woorden horen,
ben slechts de hand die ze jouw schrijft